Welk reinigingsmiddel gebruikt u voor welke ondergrond?

Niet elk reinigingsmiddel is geschikt voor elke ondergrond. Het juiste product kiezen voorkomt schade en geeft een beter resultaat.

Wat bepaalt de keuze?

De keuze voor het juiste reinigingsmiddel hangt af van vier factoren: het soort vervuiling, de ondergrond, de gebruiksfrequentie en de voorgeschreven dosering. Die vier moeten bij elkaar passen.

Globale indeling van reinigingsmiddelen

  • Neutrale reinigers (pH 6 tot 8): Geschikt voor dagelijks gebruik op de meeste ondergronden. Ze zijn mild en laten weinig residu achter. Denk aan allesreiniger voor kantoor, klas of woonruimte.
  • Alkalische reinigers (pH hoger dan 8): Geschikt bij vet, olie en hardnekkige organische vervuiling. Worden gebruikt in keukens, spoelruimtes en bij zwaar industrieel gebruik. Controleer altijd of de ondergrond bestand is tegen alkalische producten.
  • Zure reinigers (pH lager dan 6): Effectief bij kalk, mineraalafzetting en urinesteen. Uitsluitend gebruiken op zuurbestendige oppervlakken zoals keramiek en sommige RVS-toepassingen. Niet gebruiken op natuursteen, marmer, aluminium of gegalvaniseerde oppervlakken.
  • Glasreinigers: Speciaal samengesteld voor ramen, spiegels en andere gladde transparante oppervlakken. Laten weinig streepvorming achter.
  • Specifieke vloerreiniger: De keuze hangt af van het type vloer. Een reiniger voor tegelvloeren is niet automatisch geschikt voor gelakte houten vloeren of linoleum.

Altijd controleren

Controleer altijd het productetiket en de productinformatie voordat u een middel op een nieuwe ondergrond gebruikt. Twijfelt u? Test het product eerst op een klein, onzichtbaar vlak. Bij professioneel gebruik raadpleegt u het veiligheidsinformatieblad.

Let op: De bovenstaande indeling is een praktische richtlijn, geen vervanging van de productspecifieke instructies. Combineer nooit reinigingsmiddelen, tenzij dit expliciet is toegestaan op de verpakking.